[vheissu] [artikels] [biblio] [bio] [misc]

John Pynchon, handelaar en magistraat

Wie een stamboom wenst te zien van de familie Pynchon tot 1796: geen probleem

Voor de, ongetwijfeld eerder toevallige bezoeker, moet het ondertussen wel erg duidelijk geworden zijn dat ook dit documentje onvolledig is; hoewel er veel meer informatie beschikbaar is (onder andere over de handhaving van de familie Pynchon in de Amerikaanse middenklasse, en de gestage opgang van één tak van de familie, via de Pynchon Savings Bank (midden 19de eeuw), een avontuur dat uitmondde in de genadeloze neergang van het beurshuis Pynchon in de nasleep van de crash van 1929), is het vreselijk moeilijk om de beschikbare informatie correct te beoordelen en te rangschikken. Zelf wanhopen we niet dat dat ooit zal gebeuren.

John Pynchon vertoonde de zelfde ondernemingszin als zijn vader. Van de politiek echter hield hij zich verre. Hij huwde op 16 november 1645 in Hartford (Connecticut), en bekleedde, net zoals zijn vader voor hem, publieke ambten, die een combinatie leken te zijn van notariaat, politiecommissaris en rechter. Hoewel hij geen enkele militaire graad bekleedde, werd hij kolonel genoemd.

De concurrentie in de bonthandel bleef voortduren en het was belangrijk steeds verder het binnenland in te trekken. In 1653 vertrok een petitie naar Boston met de vraag een nieuwe nederzetting op te richten in wat nu bekend staat als Northampton. Ze was ondertekend door John Pynchon, Eleazur Holyoke —die sinds 1640 gehuwd was met John's zuster Mary Pynchon —en Samuel Chaplin, en werd ondersteund door de vraag van inwoners van Connecticut, die al langer in de streek geïnteresseerd waren, om boven Springfield en Hadley handelsposten in te richten. En zo werd Pynchon mee de vader van Westfield, Northampton, Hadley, Hatfield, en Deerfield: steeds richtte hij er vooruitgeschoven handelsposten op. In feite bouwde hij een netwerk uit van toeleveranciers.

Als magistraat hield John Pynchon zich niet alleen bezig met de kleine conflicten in Springfield, het opstellen van testamenten en het uitdelen van boetes, hij moest er voor zorgen dat de algemene richtlijnen vanuit Boston werden nageleefd. Een probleem dat jarenlang geleefd heeft (toen al!) was het wapengebruik. Zo moest iedere man boven de zestien een wapen bezitten —zelfs de hoeveelheid munitie was vastgelegd— en was het verplicht dat bij je te hebben wanneer je meer dan een mijl van je huis was. De eerste kolonisten beschouwden hun omgeving als vijandig.

En niet helemaal onterecht: er kwamen meer en meer nederzettingen, en dat ging natuurlijk ten koste van de indianen. De relatie met de Agawam was over het algemeen in orde (historici zijn het er over eens dat de de relatie tussen de oorspronkelijke bevolking en de kolonisten in en rond Springfield, correct verliep); het was echter een kwestie van tijd vooraleer en ernstig conflict zou losbarsten. En het gevaar kwam van de Wampanoag, onder leiding van hun koning Philip, die een aantal stammen kon verenigen en zelfs de vreedzame en sedentaire Agawam kon beïnvloeden. Bovendien vochten de indianen nu met gelijke wapens tegen de blanken: geweren.

In juli 1675 barstte de strijd los en de indianen trokken zuidwaarts vanuit de Connecticut Vallei. Vanaf september nam het conflict bloedige proporties aan. Ten zuiden van Deerfield zouden honderd blanke militairen omkomen. De Agawam mengden zich in het conflict door Koning Philip toe te laten in hun Long Hill Fort. Springfield werd grotendeels vernield. Een onhandig politiek maneuver van Koning Phillip dat tot doel had de Mohawk aan zich te binden, keerde zich tegen hem. Hij werd uiteindelijk door hen verslagen. De oorlog was voorbij op 11 augustus 1676.

Een gedeelte van de correspondentie tussen John Pynchon en het General Court is bewaard gebleven. In briefwisseling is er overigens sprake van brieven die verstuurd werden voor, tijdens en na het conflict met de indianen.

Mary Pynchon (1622- 1657) huwde, zoals reeds eerder gezegd, op 20 november 1640 in Springfield met Elizur Holyoke en kreeg 8 kinderen. Op haar graf, naast dat van haar man, het volgende opschrift:

Here lies the body of Mari, the wife of Elizur Holyoke,
who died Oct. 26, 1657.
She that lies here was, while she stood,
A very glory of Womanhood;
Even here was sown most precious dust,
Which surely will rise with the just.

Dat althans stond er te nog lezen in 1848. Joseph Charles Pynchon liet het graf in 1849 overbrengen van de oude begraafplaats in Springfield naar een nieuwe, waar alle Pynchons samen gelegd werden.. Tot dan hadden Mary en Elizur gerust "in the old burying ground at the foot of Elm street, on the banks of the Connecticut river".

Na de dood van de John Pynchon daalde het aanzien van de familie Pynchon langzaam maar zeker. Ze bleef echter tot de middenklasse behoren en leverde een niet onaanzienlijk aantal handelaars, magistraten en artsen.

 

 

[^]     [over]