| [vheissu] | [artikels] | [biblio] | [bio] | [misc] |
Op deze bladzijde, ga naar :
[+] 1066
[+] 1937
[+] 1959, Literair debuut
[+] 1963, V.
[+] 1966, De veiling van lot 49
[+] 1973, Regenboog van zwaartekracht
[+] 1984, Een trage leerling
[+] 1990, Vineland
[+] 1997, Mason & Dixon
[+] Bronvermelding
En dit vindt u misschien ook interessant :
[+] Een stamboom
[+] Afbeeldingen
[+] Een overzicht van de bladzijden in deze folder
1066 [^]
Willem de Veroveraar valt Brittannië binnen. Een van zijn
soldaten is een zekere Pinco die uit de streek rond
St-Malo komt. De familienaam bestaat nog steeds in Frankrijk, voor het
grootste gedeelte in Bretagne, gewoonlijk gespeld als 'Pinçon'
en 'Pinchon'. Op 6 augustus 1944 veroverden de geallieerden in deze streek
een heuvel van 300 meter hoog, de Mont Pinçon. En in 'Reis
naar het einde van de nacht' van Louis-Ferdinand Céline komt
er een akelige officier voor die ook Pinçon heet.
1533
In J. C. Pynchon's boek over de geschiedenis van de
Pynchons wordt Nicolas Pynchon, waarschijnlijk uit Wales,
als eerste vernoemd. Hem wordt toegeschreven de sheriff van Londen te
zijn geweest, iets dat niet bewezen kan worden. In elk geval zal zijn
achterkleinzoon de stamvader op Amerikaanse bodem worden.
[+] 29 maart 1630
John Winthrop, gouverneur van de Massachusetts Bay Colony
verlaat Engeland om religieuze, politieke en economische redenen, en
zeilt richting Amerikaanse oostkust. In zijn gezelschap bevindt zich William
Pynchon (1590-1662) uit Springfield, Essex. Deze William
Pynchon is een aandeelhouder van de Massachusetts Bay Colony. Later zal
hij er ook de schatbewaarder van worden. Hij is de stichter zowel van
Roxbury (1630, toen 2 mijl ten zuiden van Boston), en van Springfield
(1636).
[+] 1650
William Pynchon publiceert The Meritorious Price Of Our Redemption.
Dit theologisch pamflet wordt ketters verklaard en in het openbaar verbrand
in Boston. Voor de eerste maal wordt een boek openlijk verbrand wordt
in de nieuwe koloniën, één van de vroegste voorbeelden
van religieuze hysterie aldaar.
[+] 1626-1703
John Pynchon, Williams zoon, verdient flink wat geld
aan de handel in bont. Bovendien ligt hij mee aan de basis van een aantal
handelsposten. Hij is ook (net zoals zijn vader voor hem) magistraat
in Springfield. Zijn uitspraken als magistraat zijn gedeeltelijk bewaard,
evenals een gedeelte van zijn correspondentie. De familie is op het hoogtepunt
van haar invloed; na John's dood zal ze wegdeemsteren.
1652
William Pynchon keert terug naar Engeland. Daar publiceert hij nog meerdere
tracten. Hij sterft er in oktober 1662.
1760 (ca.)
Joseph Pynchon keert zich tegen de independisten in
Connecticut. Hij trouwt een Sarah Ruggles. Eén
van hun zonen wordt Thomas Ruggles Pynchon genoemd,
een arts die op jonge leeftijd sterft. Sindsdien is er altijd een vader-en-zoon
Thomas Ruggles Pynchon geweest traditie die de laatste Thomas Pynchon
verbroken heeft.
1786-1787
De rebellie van William Shays. Ene William Pynchon (1740-1818)
diende als majoor in het federale leger dat deze opstand neersloeg. Hij
was de laatste bewoner van het 'Oude Pynchon Huis', dat in de zeventiende
eeuw werd opgetrokken.
[+] 1851
Nathaniel Hawthorne —telg uit een geslacht dat
rond dezelfde tijd als William Pynchon uit Engeland emigreerde— publiceert The
House of the Seven Gables. Thomas R. Pynchon (1823-1904),
een dominee, schrijft de auteur een brief, waarin hij zich erover beklaagt
dat de naam 'Pyncheon' (zoals die in het boek gespeld wordt) door het
slijk wordt gehaald. Hij is niet de enige in de familie die kwaad is.
Er wordt een vermakelijke correspondentie gevoerd. De broer van deze
Pynchon, William, is de overgrootvader van ons onderwerp.
1850's
Dezelfde Thomas R. Pynchon wordt de negende voorzitter van het Trinity
College in Hartford, Connecticut. Hij doceert er wetenschap en
godsdienst. In 1881 publiceert hij een Introduction to Chemical
Physics. Omstreeks dezelfde tijd wordt de Pynchon Savings Bank
gesticht.
1885
Publicatie van dr. Joseph Charles Pynchon's Record
of the Pynchon Family in England and America (herzien door W. F.
Adams in 1898). De feiten dienen met de nodige voorzichtigheid benaderd
worden.
[+] Jaren 20
Pynchon & Company, een firma die in aandelen handelt
is actief op de New York Stock Exchange. Ze investeert vooral in nieuwe
technologie (vliegwezen — electrische apparaten) en film (Fox). In
1929 laat ze een brochure verschijnen over de zakelijke mogelijkheden
van The Aviation Industry. Tijdens de economische recessie in
de jaren dertig gaat het bedrijf overkop, na een curatele door Irving
Trust Company. Het 'fortuin' van de familie verkleint.
8 mei 1937 [^]
Thomas Ruggles Pynchon wordt geboren in Glen Cove, Long Island, New
York, oudste zoon van Thomas Ruggles Pynchon en Katherine Bennett.
Zijn vader is een industriële landmeter en ontwerpt wegen, net zoals
zijn vader voor hem die trouwens William heette. Later gaat hij voor
de plaatselijke overheid werken. Hij is lid van de van de republikeinse
partij. Thomas Pynchon heeft een jongere broer, John, en een zuster Judith,
die in Suffolk leeft.
1941 of 1942
De familie Pynchon verhuist naar East Norwich, Oyster Bay, Long Island.
1953
Thomas Pynchon publiceert wat verhaaltjes in Purple and Gold,
de schoolkrant van de Oyster Bay High School. Hij heeft er eveneens een
rubriek, The Voice of The Hamster (die wordt nog gecensureerd). Hij ondertekent
met de pseudoniemen Roscoe (of Boscoe) Stein, en Bosc. Als abituriënt
houdt hij de afscheidstoespraak voor zijn klas. Hij ontvangt een prijs
voor het beste cijfer Engels. In het jaarboek, net onder zijn foto, omschrijft
hij zichzelf als: "houdt van pizzas en niet van hypocrieten; mijn
favoriet gezelschapsdier is een tikmachine; ik wil fysica studeren."
1953-1955
Dankzij een beurs kan hij op Cornell studeren. Hij begint inderdaad studies
fysica, maar schakelt hetzelfde jaar over op Engelse letterkunde.
1955-1957
Voor een periode van twee jaar gaat hij bij de Amerikaanse marine (zijn
dossier zou verloren gegaan zijn bij een brand in Saint-Louis). Misschien
stamt zijn voorkeur voor sommige van zijn personages (Pig Bodine) en
decors uit deze periode. Het is best mogelijk dat hij de functie van
signal corpsman had.
1957-1959
Terug naar Cornell. Bevriend met Richard Fariña, Kirkpatrick Seale
(die later een boek over Luddisme zou schrijven), Jules Siegel (daarmee
zou hij serieus gebrouilleerd raken), en David Shetzline. Les heeft hij
onder andere van Mike Abrams. Hij behaalt in juni 1959 een licentie Engelse
letterkunde. Het is mogelijk maar eerder onwaarschijnlijk dat
hij lessen gevolgd heeft bij Vladimir Nabokov.
[+] maart 1959 [^]
Zijn literair debuut: publicatie van The Small Rain (blz. 14-32)
in de Cornell Writer, vertaald als Het Regenbuitje. Nagenoeg gelijktijdig
eveneens de publicatie van Mortality and Mercy in Vienna in Epoch
(nr. 9, blz. 195-213). Dit verhaal zal nooit meer legaal uitgegeven worden,
en is ook nooit vertaald in het Nederlands. Hij verhuist naar Greenwich
Village, en vraagt een beurs aan bij de Ford Foundation Fellowship: hij
wil een operalibretto schrijven. De aanvraag wordt geweigerd. Zelf doet
hij dat met een Wilson Fellowship.
maart 1960
Publicatie van het dromerige en poëtische Low-Lands in New
World Writing nr. 16, blz. 85-108, en vertaald als Laaglanden. Thomas
Pynchon belt uitgever en mentor Corlies Smith op, die later Regenboog
van Zwaartekracht
zou uitgeven, en vertelt hem dat nooit ofte nimmer zijn geboorteplaats
en studies vernoemd mogen worden. Voor de eerste maal duikt Pig
Bodine op, een karakter dat hij meerdere malen zal opvoeren, en
het prototype is van iemand die vindt dat geen enkele maatschappelijke
regel op hem van toepassing is. Heel bijzonder is dat, parallel aan de
ontwikkeling van het verhaal, muzikale motieven het verhaal mee sturen
en illustreren.
Eveneens in de lente van 1960, publicatie van Entropy in
Kenyon Review 22, blz. 277-292, vertaald als Entropie.
Dit verhaal duikt enkele keren in bloemlezingen op, hoewel het misschien
zijn zwakste is. Voor de eerste keer duikt de tegenstelling hothouse/street op, inertie tegenover beweging.
[+] 1960-1962
Werkt voor Boeing in Seattle, Wa. Hij schrijft technische teksten, onder
andere Togetherness, een artikel in Aerospace Safety. (blz. 6-8). Het
is trouwens de enige tekst uit die periode die met zekerheid aan Pynchon
kan toegeschreven worden, onbekend is of in het bedrijfsarchief nog
dergelijke teksten te vinden zijn.
1961
Publicatie van Under the Rose, een kladversie van hoofdstuk 3
van zijn romandebuut V. (en er nauwelijks mee te vergelijken),
in Noble Savage n° 3, blz. 223-251. Een kat-en-muisspel in Egypte
op het einde van de negentiende eeuw. Hoewel nog geen sprake van het
fenomeen V. (anders kunnen we het niet omschrijven) is toch niets wat
het lijkt.
1962
V. moet voltooid worden. Dat gebeurt (waarschijnlijk) in Mexico.
Later zullen in zijn werk regelmatig sporen opduiken van Spaanse of Zuid-amerikaanse
motieven: schilder Remedios Varo, gaucho Martin Fierro enzovoort. Pure
speculatie: maakt hij in Mexico kennis met het werk van Borges?
1963 [^]
Publicatie van V. bij de uitgeverij Jonathan Lippincott in Philadelphia,
zijn eerste roman. De roman wint de Faulkner Award die jaarlijks aan
het beste debuut wordt toegekend. Time probeert hem te fotograferen.
En dat loopt niet goed af. Het boek is niet vertaald in het Nederlands.
De reputatie van V. zal later door ander werk overschaduwd worden,
maar het is een aantal recensenten (onder andere George Plimpton) duidelijk
dat er een uitzonderlijk talent is opgestaan. Er zou een groot verschil
zijn tussen het ingeleverde manuscript en de uiteindelijke uitgave.
Voorzover een samenvatting mogelijk is: terwijl Herbert
Stencil tracht
V. te traceren en te identificeren in tijd en ruimte, en
daar nooit in slaagt, wordt The Whole Sick Crew gevolgd,
tegen een achtergrond van permanente crisis op alle mogelijke vlakken
(van wereldpolitiek tot persoonlijke beslommeringen). De uiteindelijke
betekenis van de dingen ontglipt Stencil (en de lezer) steeds. Liedjesteksten,
SF, geschiedenis (de genocide van de Herero's, de later terug zouden
opduiken in Regenboog
van zwaartekracht) en andere typische kenmerken duiken voor de eerste
keer op. Het is een harde roman, waarin nauwelijks plaats is voor echt
menselijk contact, behalve in enkele terloopse opmerkingen en bijzinnetjes
—maar dat wordt zelfs dan onmiddellijk ondergraven.
19 december 1964
Publicatie van The Secret Integration in de Saturday Evening Post
(blz. 36-37; 39; 42-44; 46-49; 51), en later vertaald als De Geheime
Integratie. Het is zijn laatste gepubliceerd kortverhaal.
december 1965
Publicatie van een fragment van The Crying of Lot 49 getiteld The
World (This One), the Flesh (Mrs. Oedipa Maas), and the Testament of
Pierce Inverarity (Esquire, blz. 170-173; 296; 298-303).
[+] december 1965
Een kleine aanprijzing van Oakley Hall's Warlock in Holiday vol.
38, nr. 6 blz. 164-165, waarbij een aantal auteurs gevraagd wordt een
veronachtzaamd boek in het kort te bespreken. De serie heet A Gift of
Books. Op dat ogenblik woont hij in Manhattan Beach, California.
maart 1966
Publicatie van The Shrink Flips, nog een voorpublicatie uit The
Crying of Lot 49 in Cavalier, blz. 32-33; 88-92.
1966
Publicatie van Richard Fariña's Been Down So Long It Looks Like
Up To Me.
1966 [^]
Publicatie van The Crying of Lot 49, eveneens bij Lippincott.
In deze korte roman ontwaart Oedipa Maas overal tekenen die letterlijk
nooit hun betekenis prijsgeven -wat haar in een voortdurende staat van
paranoia brengt. De roman eindigt vlak voor de ontknoping. Centraal in
het verhaal staat [een versie van] een Elisabethaans toneelstuk met een
ongelooflijk gecompliceerde intrige. Het beeld van Californië in
de jaren zestig is niet erg flatterend.
[+] 12 juni 1966
Eén jaar na de hevige rassenrellen in Watts, LA, publicatie van A
Journey Into The Mind of Watts in het New York Times Magazine (blz.
34-35; 78; 80-82; 84).
17 juli 1966
Briefje naar de New York Times Book Review over het personage Gengis
Cohen (blz. 22; 24). Volgens Gore Vidal is het een klassieke grap in
Hollywood.
1967
The Crying of Lot 49 wint de Richard and Hilda Rosenthal Foundation
Award of the National Institute of Arts and Letters.
1967
Eerste vertaling van een roman van Thomas Pynchon: de Franse uitgeverij
Plon geeft V. uit (met het lelijkste omslag aller tijden). Eveneens
in hetzelfde jaar het eerste academische werkstuk (voorzover we dit
hebben kunnen achterhalen): Young, James D., The Enigma Variations
of Thomas Pynchon, in Critique: 1967, Vol. 10, # 1, pp. 69-77.
1969 (?)
In antwoord op een brief van student Thomas F. Hirsch, schrijft Thomas
Pynchon terug over Mondaugen's Story, het aangrijpende hoofdstuk 9
uit V. over de massamoord op de Herero's in Namibië. Het
jaar 1969 in het briefhoofd zou een tikfout kunnen zijn, zo heeft Steve
Tomaske ontdekt. Mondaugen duikt later op als SS-man Blicero in Regenboog
van Zwaartekracht.
28 februari 1973 [^]
Publicatie van Gravity's Rainbow (werktitel: Mindless Pleasures),
opgedragen aan Richard Fariña, op dat ogenblik reeds overleden).
Uitgever is Viking. De roman deelde de National Book Award (1974) met A
Crown of Feathers and Other Stories, van I.B. Singer. De prijs wordt
in ontvangst genomen door komediant, 'prof.' I.W. Corey, wat enige verwarring
oplevert (citaat: "However... accept this financial stipulation - ah
- stipend in behalf of, uh, Richard Python for the great contribution
and to quote from some of the missiles which he has contributed...).
Het boek veroorzaakt een literaire schokgolf. Het wordt in vele talen
vertaald (na zo'n 20 jaar ook in het Nederlands als Regenboog van
Zwaartekracht; het boek verkoopt voor geen meter en eindigt in de
ramsj). Leuk om weten is dat het in het Duits vertaald werd door Elfride
Jelinek, een even verontrustende auteur als Pynchon.
De roman -of is het een film?- is niet samen te vatten. De bijzonder
subtiele structuur werd blootgelegd door Steve Weisenburger. Het decor
is grotendeels de Zone, Duitsland net na de capitulatie in 1945. Honderden
personages duiken op, nouveau-romantechnieken wisselen af met harde
wetenschap, liedjes, nachtmerries, en niets is wat het lijkt. Een onvoorstelbare
leeservaring.
1974
Unaniem wenst het Pulitzer Prize Committee for the Fiction Award Gravity's
Rainbow te bekronen. Haar advisory board was echter tegen en bestempelde
deze roman (onder andere) als 'obsceen'. De Pulitzer voor fictie werd
in 1974 niet toegekend. In hetzelfde jaar verschijnt de eerste studie
over Pynchon in boekvorm. Auteur is Joseph Slade. De academische industrie
trekt op gang.
1975
Thomas Pynchon slaat de William Dean Howells Medal af, die elke vijf
jaar de beste Amerikaanse roman bekroont. In het afwijzingsbriefje
schrijft hij dat de gouden medaille wellicht een fijne belegging is,
maar dat er slechts één manier is om neen te zeggen,
en dat is 'neen'.
maart 1977
In Playboy verschijnt een artikel van Thomas Pynchon's voormalige vriend
Jules Siegel: 'Who Is Thomas Pynchon And Why Did He Take Off With
My Wife?'. De meeste informatie kan niet bevestigd worden.
Lange tijd is het zowat de enige bron van informatie over Thomas Pynchon,
waardoor het onterecht een mythische status verkregen heeft.
1979
Eerste nummer van Pynchon Notes, oorspronkelijk als nieuwsbrief
en bron van bibliografie, later ook uitgever van een aantal baanbrekende
studies over het werk van Thomas Pynchon.
[+] 1983
Schrijft een inleiding bij een nieuwe uitgave van Been Down So Long It
Looks Like Up To Me. Later wordt het herdrukt in de Cornell Alumni
News, als Pynchon Remembers Fariña op de blz. 20-23.
1984 [^]
Een uitgave van zijn vroegere kortverhalen, met een hoogst interessant
voorwoord: Slow Learner, vertaald als Een trage leerling.
Hij kijkt enigszins neerbuigend terug op zijn vroege werk, een staaltje
van doorgedreven ironie en in de zekerheid dat zijn literaire positie
al verworven is. Dit is de enige keer dat hij over zijn schrijverschap
spreekt. Waarschijnlijk is de bundel er gekomen om de illegale versies
van de verhalen tegen te gaan.
[+] 28 oktober 1984
Publicatie van een essai, Is It Ok To Be Luddite?, in The New
York Times Book Review.
1984
Candida Donadio, tot dan de literaire agent van m. Pynchon (en van Joseph
Heller; ze stierf in februari 2001), verkoopt haar correspondentie
met Pynchon voor $ 45,000 aan verzamelaar Carter Burden. Dat veroorzaakt
wat rumoer in literaire kringen. Na wat juridisch gehakketak valt de
beslissing dat de brieven voorlopig niet geconsulteerd kunnen worden.
1988
Ontvangt van de MacArthur Foundation een 'genius grant'. De persmededeling
vermeldt onder andere dat hij "een romancier [is] vooraanstaand
door de kracht van taal en thema, en voor zijn meesterschap over geschiedenis,
wetenschappen, politiek en kunst." Een
bedrag van $ 310,000 dollar hangt eraan vast. De stichting geeft geen
informatie meer over deze werkbeurs.
[+] 10 april 1988
Hartverwarmende recensie van Gabriel Garcia Marquez' roman Liefde
in Tijden van Cholera, getiteld The Heart's Eternal Vow.
1990 [^]
Publicatie van Vineland, opgedragen aan zijn ouders. Het is een
terugblik op de jaren zestig, terwijl er een sarcastische visie op de
Verenigde Staten uit spreekt, zowel op de jaren zestig, als op de jaren
80. Vele critici zijn teleurgesteld omdat het zo'n makkelijk boek lijkt —tot
je nauwkeuriger gaat lezen natuurlijk. Voor de eerste keer schrijft hij
wel een 'warm' boek: er blijkt toch plaats te zijn in Pynchons universum
voor liefde en vriendschap —zij
het dan slechts voor een kwispelende hond. Rond dezelfde tijd huwt Pynchon
zijn agent Melanie Jackson. De heer en mevrouw Pynchon hebben een zoon,
Jackson. Zelf is mevrouw Jackson de kleindochter van Robert Jackson,
hoofdaanklager van de Nürnberger
processen.
1990
Na maanden van speculaties schrijft de agent van Thomas Pynchon een brief
aan Fred Gardner, uitgever van een lokale krant in Californië,
waarin ze stelt dat de brieven van een zekere Wanda Tinasky 'zeker
niet van zijn (m. Pynchon dus) hand zijn...'. In 2004 komt de ware
identiteit van de auteur aan het licht. Het is een eerder droef verhaal.
Het zet professionele critici aan om nog nauwkeuriger de stijlkenmerken
te bestuderen.
[+] 6 juni 1993
Een essai over traagheid: Nearer, my Couch, to Thee.
1994
Andrew Gordon publiceert in The Vineland Papers zijn herinneringen
aan de jaren zestig, en zijn herinneringen aan Thomas Pynchon. Veel concrete
informatie bevat het artikel jammer genoeg niet.
30 april 1997 [^]
Na jaren van geruchten dat een nieuwe boek over de Mason-Dixon lijn zou
gaan, publiceert Henry Holt Mason & Dixon, opgedragen aan
Melanie and Jackson. Het boek, over de vriendschap tussen beide
heren, is van een zeer hoge poëtische kwaliteit en is geschreven
in het Engels van de 18de eeuw. Mischien kan het (opnieuw) gekwalificeerd
worden als een reflectie, via de nodige omwegen —lees er maar
de Zuid-Afrikaanse hoofdstukken op na— op de Verenigde Staten.
De publicatie gaat gepaard met een kleine hype. Zijn uitgever bij Holt
is Michael Naumann, de later minister van Cultuur in de eerste Duitse
rood-groene regering. Hij vindt het schandalig dat het boek niet wordt
genomineerd voor de National Book Award (die ging naar het fel overschatte Underworld van
Don DeLillo).
februari 2001
Ter gelegenheid van de Franse vertaling van Mason & Dixon maken de
vertalers ervan, Brice Matthieusent en Christophe Claro, bekend dat de
auteur heeft toegezien op de vertaling. Later blijkt dat Pynchon een
clausule in zijn contracten heeft die hem het recht voorbehoudt een vertaler
af te wijzen. Ook voor de Duits vertaling van Mason & Dixon is er
enkele keren contact tussen auteur en vertaler.
2001
Onbevestigde geruchten over een nieuwe roman, misschien over de Duitse
wiskundige David Hilbert. Dat althans vertelt Michael Naumann, nog
steeds een persoonlijke kennis van Pynchon, tijdens een radio-uitzending,
later letterlijk weergegeven in de Berlijnse TAZ.
december 2001
Een kort, bitter, commentaar in de Japanse uitgave van Playboy over 11
september 2001. De authenticiteit is gecontesteerd.
6 mei 2003
Voor de 'Centennial Edition' van 1984 —George Orwell 100— schrijft
Thomas Pynchon een nieuw voorwoord; het nawoord is van Erich Fromm. The
Guardian publiceert een verkorte uitgave van het voorwoord. Citaat op
bladzijde ix-x:
"The masses were only there to be used —for their idealism, their
class resentments, their willingness to work cheap— and to be sold
out, again and again.
Now, those of fascistic disposition —or merely those among us who
remain all too ready to justify any government action, whether right
or wrong— will immediately point out that this is prewar thinking
and that the moment enemy bombs begin to fall on one's homeland, altering
the landscape and producing casualties among friends and neighbors, all
this sort of thing really, becomes irrelevant, or rather subversive."
2004, January
Pynchon in The Simpsons! Met een papieren zak over zijn hoofd horen we
voor het eerst die nasale stem. Marge Simpson heeft een boek geschreven
en wil een blurb van Pynchon. Die krijgt ze: Pynchon houdt evenveel
van Marge's boek als van camera's.
Bronvermelding [^]
De oorspronkelijke bronnen over Thomas Pynchon zijn zeer schaars. Wie over zijn leven publiceert heeft veelal de neiging om voorgangers te copiëren en weinig oorspronkelijk onderzoek te doen. Ondertussen is het reeds duidelijk geworden dat het belangrijkste artikel, dat van Matthew Winston, onnauwkeurigheden bevat. Maar er is hoop: Steve Tomaske's archief berust nu in een bibliotheek in Californië, en wacht erop tot eindelijk iemand ze ontsluit. Het staat nu al vast (zoals bleek uit correspondentie tussen de maker van deze site en Steve) dat een groot aantal lacunes zal opgevuld worden, en fouten gecorrigeerd. Primeur: het legerdossier van Thomas Pynchon bestaat nog wel. Verder bevat het een flink aantal afschriften van brieven, en massa's andere documenten. Ook de studie van de manuscripten is nu eindelijk begonnen: onder andere Luc Herman buigt zich over dat van V.
Jean-François Fogel, "Sur la piste du 'Pynch'", in: Libération van 11 octobre 1985 is, waarschijnlijk omdat het in het Frans is, zwaar onderschat. Hij heeft met een groot aantal mensen gesproken (al dan niet anoniem), inclusief Pynchon's moeder en enkele schoolkameraden, en zo een stel fijne feiten opgespit. Op de site van Libé.
Charles Hollander maakt zich zeer verdienstelijk wanneer het gaat over het blootleggen van een aantal sporen en hij is één van de weinigen die oorspronkelijk onderzoek heeft verricht. Bijvoorbeeld de Pynchon-Nabokov connectie heeft hij, wat vheissu betreft, volledig ontkracht. Ook de crash van 1929, en de gevolgen ervan voor de familie Pynchon, hoewel het hier over een andere tak van de familie gaat, is behoorlijk interessant. Elders op deze site vindt u zijn belangrijkste artikels terug. Op die van Otto Sell is zijn kernartikel terug te vinden, Pynchon's Inferno.
Clifford Mead, "Thomas Pynchon: A Bibliography of Primary and Secondary Materials", Dalkey Archive Press, 1989, bevat een schat aan informatie voor wat betreft primair en secundair materiaal, waaronder de schooljaren
Joseph Charles Pynchon, "Record of the Pynchon Family in England and America", 1885 (herzien -het was echt wel nodig- door W. F. Adams in 1898) is op CD-rom verkrijgbaar. Geweldig leuk om te lezen allemaal, maar het is een poging om de Pynchon familie belangrijker te maken dan ze is. Zo vind je in de overzichten van de Londense sheriffs in de zestiende eeuw geen Nicolas Pynchon terug. Hij is wel zeer nauwkeurig voor wat betreft de stamboom.
Steve Weisenburger, "A Gravity's Rainbow Companion: Sources and Contexts for Pynchon's Novel", 1988, University of Georgia Press, heeft terecht geschiedenis geschreven. Hier en daar vind je enkele biografische opmerkingen zoals die over William Shays.
Matthew Winston, "The Quest for Pynchon", in: Critique, 1975, Vol. 21, # 3, pp. 278-287. Het meest beroemde artikel over Pynchon, en zowat iedereen heeft er gebruik van gemaakt (Siegel heeft het duidelijk gelezen maar Playboy staat niet echt bekend om zijn nauwkeurig notenapparaat). Hij is de eerste die het nauwe verband tussen de vroege geschiedenis van Amerika en de Pynchons heeft aangetoond, dat zovele sporen heeft nagelaten in Regenboog van zwaartekracht. Toch maakt hij ook enkele fouten.
Verder geven de web sites van de stadsbibliotheek van Springfield (over de boekverbranding van William Pynchon, wat men enigszins vreemd trots als een "Springfield First" betitelt), die van Metroactive over de Californische jaren, met een artikel van John Yewell, "Gravity's Pull: Tracking Thomas Pynchon Through Space And Time" gedetailleerde informatie.
| [^] | [over] |