[vheissu] [artikels] [biblio] [bio] [misc]

Grenzen aan de religieuze vrijheid

William Pynchon, ketter

Enige afbeeldingen

Vanaf het ogenblik dat de eerste Engelsen Amerika bereikten, speelde religie een belangrijke rol. De verschillende maatschappijen aan de oostkust (in feite een mengeling van commerciële, politieke en religieuze entiteiten) kenden een nauwe verstrengeling van wereldlijk en religieus gezag, en waren zoniet op haast theocratische, dan toch op oligarchische basis georganiseerd —zoals recent onderzoek heeft uitgewezen. Grof gezegd kwam de puriteinse ideologie er op neer dat wie het voor de wind ging, op de goedkeuring van de strenge calvinistische god kon rekenen, en omgekeerd, dat een goed puritein haast per definitie welvarend werd. De bijbel was de wet. Zo was politiek stemrecht dikwijls afhankelijk van een verklaring voor het kerkelijke gezag, waarbij men moest 'bewijzen' dat de burger door god gezegend was, de zogenaamde Declaration of their Experience of a Work of Grace. Overbodig te stellen dat het stemrecht velen onthouden werd: de eerste immigranten maakten al een onderscheid tussen wie uitverkoren was en wie niet, een spanning die lezeres van Thomas Pynchon ongetwijfeld herkennen.

Een dergelijke stricte opvatting is om problemen vragen: in de praktijk kwam het er op neer dat de positie van kerk en wereldlijke autoriteit nagenoeg onaantastbaar bleef zolang een kolonie floreerde; ging het echter minder goed, dan kwamen beide autoriteiten, die op vele plaarsen bijna identiek waren, onder vuur liggen. Het regende dan ook religieuze conflicten in de Nieuwe Wereld —haast alle met een economische en/of politieke achtergrond. Beroemd is het voorbeeld van Anne Hutchinson, die, enkele jaren na de verbanning van Roger Williams, verplicht werd uit te wijken. Ze lag aan de basis van een nieuwe kolonie op Rhode Island.

Binnen de Massachusetts Bay Colony hield John Winthrop de kolonie in een ijzeren greep, ook op ideologisch vlak. Toch bleef hij populair, wat blijkt uit zijn gedurige herverkiezing tot hoogste magistraat. Reeds tijdens de overtocht naar de nieuwe wereld hield hij regelmatig sermoenen, waaruit bleek dat hij een maatschappelijke organisatie nastreefde, die op alle vlakken beheerst werd door de bijbel.

De ideologische rigiditeit in de nieuwe wereld kende zelfs hysterische trekjes. Hoewel op de valse beschuldiging van hekserij zeer strenge straffen stonden, voerde men verschillende malen heksenprocessen. Een eerste maal in Massachusetts gebeurde dat in 1645 tijdens een zitting van het General Court, zitting waarbij ook William aanwezig was. De dame in kwestie, Margaret Jones, werd ter dood veroordeeld. Het was de eerste maal dat op Amerikaanse grond de doodsstraf werd uitgesproken over een heks. Rond 1650 voerde de Congregational Church in Boston een tweede heksenproces, Het ging om een zekere Mary Parsons, ironisch genoeg uit Springfield. William Pynchon had dit dossier doorgeschoven naar Boston: als magistraat kon hij de doodstraf niet uitspreken; dat was iets dat het General Court toekwam. Mary Parsons werd ter dood veroordeeld, en had normaal verbrand moeten worden, maar stierf in de gevangenis (het lijkt nauwelijks toeval dat William Pynchon rond dezelfde periode in een religieus dispuut betrokken werd). De beruchte heksenprocessen van 1692 in Salem zijn een laatste uiting van deze hysterie. De achtergrond ervan was dat de kerk de oorspronkelijke uitgangspunten van de kolonie wenste te herstellen.

Komt daarbij dat vele van de emigranten gepassioneerd waren door theologische disputen. Uiteindelijk lag hun religieuze opvatting mee aan de basis van hun emigratie. Met spanning werd telkens weer uitgekeken naar de komst van schepen die uit de Oude Wereld niet alleen nieuws meebrachten, maar ook theologische tractaten. Nieuwe of andere opvattingen bespraken de kolonisten (althans de minderheid die daarvoor tijd had) met graagte.

Tegen deze achtergrond moet het conflict van William Pynchon met Boston bekeken worden: een man die op zijn onafhankelijkheid stond, welvarend geworden door het uitbouwen van een monopolie in de bonthandel, die reeds eerder met de fiscus overhoop gelegen had, én gepassioneerd was door religie. Nochtans kon Pynchon degelijke geloofsbrieven voorleggen: William was, op Amerikaanse grond, het eerste stichtend lid van de Congregational Church.  (Na het overlijden van Anne Andrew(s), huwde hij de weduwe Frances Sanford, van wie de zoon, Henry Smith, later in het huwelijk zou treden met Williams dochter Anne en die een steunpilaar zou worden van de nieuwe nederzetting in Springfield.) Hij had een degelijke intellecuele achtergrond en kende latijn, Grieks en zelfs Hebreeuws.

Een goed puritein belandt in de hemel. Maar om in de hemel te komen, moet je vrij van zonde zijn. Christenen hangen de idee aan dat er iets bestaat als een erfzonde: alle mensen sinds de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs zijn belast met schuld. Hoe nu kon een puritein in de hemel komen, wanneer ook hij besmet was met deze schuld? De puriteinen antwoordden hierop dat op het ogenblik dat Christus stierf, hij, alvorens terug te komen onder de levenden, de gruwelijkste martelingen onderging in de hel. De oorspronkelijke erfschuld van Adam was op die manier overgedragen op Christus, die er zo voor zorgde dat de goede puritein ontlast was van deze zonde en een plaatsje kreeg in de hemel.

William Pynchon dacht daar anders over. Hij schreef in 1650 een tractaat dat hij liet uitgeven in Londen: The Meritorious Price of Our Redemption, dat enige tijd later de Amerikaanse oostkust bereikte. Daarin betoogde hij onder andere dat dat niet zo was: Christus was gehoorzaam aan God en zijn dood was het absolute bewijs van zijn gehoorzaamheid jegens God. Hij was niet naar de hel gegaan. De autoriteiten in Boston vonden dit een gevaarlijke opvatting want in laatste instantie maakte dit een onderscheid tussen wie uitverkoren is en wie niet overbodig. Het boek werd onmiddellijk verboden en zelfs verbrand. Het General Court sprak zich erover uit : "wij verafschuwen vele van de meningen in dit boek en beschouwen ze als vals, dwalend en ketters". Er bleven in de kolonie slechts vier exemplaren over. Eén ervan berust nog steeds in de gemeentelijke bibliotheek van Springfield. Verder werd een dag van 'vasten en nederigheid' uitgevaardigd om te boeten voor het feit dat Satan aan invloed won in de kolonie, en dat sommigen aangetrokken werden tot ketterse opvattingen.

Toch werd Pynchon, niet de eerste de beste, met fluwelen handschoenen aangepakt door de General Court. Een commissie van drie geestelijken werd aangesteld, die Pynchon moesten overtuigen van de valsheid van zijn overtuigingen. Hij trok inderdaad enkele, maar niet alle, opinies in en werd teruggestuurd naar Springfield, met de boodschap tot inkeer te komen. Dat gebeurde tijdens de zitting van het General Court van mei 1651. Hij kreeg tijd tot de volgende zitting van oktober om zijn gedachten te wijzigen. Ondertussen werd één van de drie geestelijken, John Norton uit Ipswich, de riante som van 20 pond betaald om een repliek te schrijven, met als titel "A Discussion of that Great Point in Divinity, the Suffering of Christ; and the Questions about his Righteousnesse (Active, Passive: and the Imputation thereof. Being an Answer to a Dialogue intituled The Meritorious Price of our Redemption, Iustification, &c". In oktober verscheen Pynchon niet, en nogmaals werd hij opgeroepen. Hij besloot de kolonie te verlaten en bereidde zijn terugkeer naar Engeland voor, ironisch genoeg om te genieten van een godsdienstvrijheid die groter was dan die hij kende op het ogenblik van zijn vertrek uit Engeland 22 jaar eerder. In alle stilte droeg hij zijn eigendommen over aan zijn zoon John, en hij vertrok. John had overigens de les begrepen en hield zich tijdens zijn hele leven verre van de theologie.

In Engeland betrok hij een klein landgoed in Wraysbury (niet ver van Windsor). Hij leefde de laatste jaren in alle rust, met in zijn gezelschap zijn dochter Anne en hield zich voornamelijk bezig met een aantal theologische standpunten. Zo heeft hij een verdere uitdieping van zijn eerste tractaat gepubliceerd. Hij stierf op 10 oktober 1662.

In Gravity's Rainbow vertelt Thomas Pynchon in grote trekken dit verhaal (natuurlijk op zijn manier). U kunt het terugvinden in de Engelse uitgave op de bladzijden 554-556.

 

[^]     [over]